Start › Van vak naar aanbod › Lesmateriaal, bijles of training: wat verkoop je eigenlijk?
Lesmateriaal, bijles of training: wat verkoop je eigenlijk?
Vier vormen naast elkaar, met wat ze kosten aan tijd, wat ze opleveren en welke regels erbij horen. Kies er één voordat je gaat bouwen.
De meeste docenten die iets willen beginnen, willen alles tegelijk. Materiaal verkopen, workshops geven, een online cursus maken en misschien wat bijles ernaast. Dat is te veel. Het is bovendien niet nodig, want de vier vormen vragen heel verschillende dingen van je.
Hier staan ze naast elkaar.
Bijles en examentraining
Wat het is. Je verkoopt je tijd, aan leerlingen of studenten die vastlopen in stof die jij dagelijks uitlegt.
Wat het kost. Bijna geen voorbereiding en geen investering. Je begint volgende week.
Wat het oplevert. Direct geld, per uur. Het schaalt niet: geen uur, geen omzet. Groepjes van twee tot vier leerlingen zijn het enige rekbare eraan.
Waar je op moet letten. Klanten uit je eigen school zijn een probleem, zie je eigen leerlingen als klant. Voor de btw kan bijles in vakken uit het reguliere onderwijs vrijgesteld zijn, terwijl niet-vakinhoudelijke begeleiding daar niet onder valt, zie btw bij bijles en cursussen.
Voor wie. Wie snel wil weten of hij het leuk vindt om buiten school te werken en wie iets wil dat naast een volle baan past.
Lesmateriaal verkopen
Wat het is. Werkbladen, lessenseries, toetsen, opdrachtenboeken. Aan collega's rechtstreeks, of via een platform.
Wat het kost. Veel tijd in het maken en het opschonen, weinig in het leveren. Reken de opschoontijd mee, want die is groter dan je denkt, zie de onderwijsexceptie stopt bij je eigen aanbod.
Wat het oplevert. Kleine bedragen per verkoop, die alleen optellen bij volume. Materiaal voor een groot en herkenbaar probleem verkoopt, materiaal voor jouw specifieke lesopzet niet.
Waar je op moet letten. De eigendomsvraag is hier het scherpst, want dit is precies het werk dat bij je functie hoort. Zie van wie is het lesmateriaal dat je maakt. Lees daarnaast de voorwaarden van het platform: sommige vragen een ruime licentie of exclusiviteit.
Voor wie. Wie al een archief heeft dat af is en wie het niet erg vindt om lang aan iets te werken voordat er iets binnenkomt.
Trainingen en workshops
Wat het is. Een dagdeel of een dag voor een groep, meestal voor volwassenen: collega's van andere scholen, ouders, of medewerkers van een bedrijf.
Wat het kost. Een stevige voorbereiding voor de eerste en daarna herhaling met kleine aanpassingen. Acquisitie is hier het echte werk, niet de inhoud.
Wat het oplevert. Van de vier vormen het hoogste bedrag per dag, zeker bij zakelijke opdrachtgevers, waar btw meestal geen bezwaar is.
Waar je op moet letten. Dit is de vorm die het meest op je baan lijkt en dus het snelst vragen oproept over concurrentie. Stem het af, zie afspraken maken met je school. Voor btw op zakelijke trainingen speelt de vraag of je in het CRKBO-register staat.
Voor wie. Wie graag voor een groep staat en wie een netwerk heeft of bereid is er een te bouwen.
Een online cursus
Wat het is. Video's, opdrachten en materiaal die iemand op zijn eigen moment doorloopt, zonder dat jij erbij bent.
Wat het kost. Het meest van alles. Uitwerken, opnemen, monteren, een verkooppagina bouwen, betalingen regelen, voorwaarden opstellen. Reken op honderden uren voor een eerste versie die je serieus kunt verkopen.
Wat het oplevert. In theorie het meest, in de praktijk niets zolang je geen publiek hebt. Een cursus zonder bereik is een archief.
Waar je op moet letten. Consumentenregels gelden hier volop: informatie vooraf, voorwaarden en de bedenktijd bij digitale inhoud. Zie voorwaarden en bedenktijd bij digitale lesstof. De btw ligt hier ook anders dan bij live onderwijs.
Voor wie. Wie al een groep bereikt, of wie eerst een van de andere drie vormen gebruikt om die groep op te bouwen.
De volgorde die het vaakst werkt
Begin met de vorm die het snelst contact met echte klanten oplevert, meestal bijles of een workshop. Daar leer je in drie maanden meer over je markt dan in een jaar bouwen. Gebruik wat je daar hoort om je materiaal of je cursus vorm te geven. Bouw de dure vormen pas als je weet wie ze koopt.
Wat dat betekent voor je tijdsplanning, staat in de uren die je nog niet hebt. Welke regels er in jouw geval bij horen, geeft het werkblad. Buiten het onderwijs zijn er nog andere vormen; er staan vijf manieren om kennis te verkopen, naast elkaar gezet.
Combineren mag, maar niet in het eerste jaar
Op termijn versterken de vormen elkaar. Bijlesleerlingen leveren voorbeelden voor je materiaal, materiaal geeft je iets om na een workshop te verkopen en een workshop levert de eerste kopers voor een cursus. Dat is de opbouw die je uiteindelijk wilt.
Maar dat is een opbouw van jaren, niet van maanden. In het eerste jaar kost elke extra vorm je een nieuw leerproces, een nieuwe doelgroep en een nieuwe administratie, terwijl je uren toch al schaars zijn. Kies er dus één, geef die twaalf maanden en beoordeel daarna pas of je er iets naast zet.
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch of fiscaal advies. Regels veranderen en veel hangt af van jouw cao, jouw arbeidsovereenkomst en het beleid van jouw bestuur. Kijk het na in je eigen papieren en leg belangrijke afspraken schriftelijk vast.
Waar je het zelf kunt nakijken
Nagekeken op 6 september 2026. Bedragen, regelingen en cao-artikelen veranderen, dus kijk de bron na voordat je erop rekent.
- Vrijstelling in het onderwijs, Belastingdienst. Waarom bijles in vrijgesteld onderwijs anders uitpakt dan een zelfgemaakte cursus of niet-vakinhoudelijke begeleiding.
- Beroepsopleidingen, Belastingdienst. Waarom het CRKBO-register uitmaakt zodra je trainingen rechtstreeks aan de markt aanbiedt.
- Bedenktijd, Autoriteit Consument en Markt. De consumentenregels die bij een online cursus volop gelden.
- De verhoudingen tussen de vier vormen, in tijd en opbrengst, zijn de inschatting van deze site. Er staan bewust geen bedragen bij.