Start › Naast je baan › De uren die je nog niet hebt
De uren die je nog niet hebt
Een lesbaan is geen kantoorbaan met ruimte in de marge. Een realistische rekensom over de tijd die een eigen aanbod kost en hoe je die vindt zonder in te leveren op je lessen.
Van alle redenen waarom een plan naast het lesgeven stilvalt, is tijd de meest genoemde en de minst onderzochte. "Ik heb er geen tijd voor" klinkt als een conclusie, maar het is meestal een rekensom die niemand heeft gemaakt.
Maak hem dus wel.
Waarom een lesbaan anders is dan een kantoorbaan
Iemand met een bureaubaan kan een uur verschuiven. Een les kan dat niet. Je staat op een vast moment voor een groep en de voorbereiding moet daarvoor af zijn, niet erna. Daar komt bij dat het werk niet gelijkmatig verdeeld is over het jaar. Toetsweken, rapportvergaderingen, oudergesprekken en nakijkstapels komen in golven. Juist in die weken heb je geen enkele reserve.
Dat heeft twee gevolgen voor je plan. Het eerste is dat je niet moet rekenen met een gemiddelde week, maar met je slechtste maand. Het tweede is dat een plan dat afhangt van avonden, in de eerste toetsweek al omvalt.
Reken met blokken, niet met uren
Losse uren verdwijnen. Twintig minuten voor het slapengaan levert bijna niets op, want opstarten kost je de helft. Wat wel werkt, zijn blokken van twee tot drie uur op vaste momenten. Die zijn er in een lesweek maar op een paar plaatsen.
Kijk naar deze vier.
- Eén ochtend of middag zonder les. Wie parttime werkt of een tussenuurpatroon heeft, heeft hier de beste kaarten.
- Zaterdagochtend. Saai, voorspelbaar en effectief. Van negen tot twaalf, vijfenveertig weken per jaar, is honderdvijfendertig uur.
- De schoolvakanties. Hier zit je grootste voorraad. Twee weken kerstvakantie met drie ochtenden per week is meer dan een maand aan zaterdagen.
- De eerste weken van het schooljaar of juist juni. Afhankelijk van je vak is een van beide rustiger dan je denkt.
Tel op wat je realistisch haalt, haal er twintig procent af voor ziekte, verjaardagen en tegenslag. Dat is je budget. In het werkblad vul je die blokken in en zie je meteen hoe je uitkomst zich verhoudt tot de 1.225 uur van het urencriterium. Voor een docent met een volledige baan komt daar in onze ervaring iets van een paar honderd uur per jaar uit. Dat is een schatting om je verwachting mee bij te stellen, geen gemeten cijfer. Dat is genoeg voor een cursus, of voor een stevige bijlespraktijk, maar niet voor allebei.
Wat dingen ongeveer kosten
Precieze getallen bestaan niet, want ze hangen af van je tempo en je ambitieniveau. Maar de verhoudingen zijn stabiel. Die zijn nuttig.
Bijles geven kost bijna geen voorbereidingstijd en levert direct geld op, maar het schaalt niet: elk uur dat je verdient, moet je werken. Een workshop of training vraagt een flinke investering vooraf en daarna kun je hem herhalen. Een online cursus is het duurst in tijd, met opnemen, monteren en een verkooppagina. Hij is pas rendabel als je hem echt verkoopt. Lesmateriaal verkopen zit ertussenin, met veel werk in het maken en weinig in het leveren. Wanneer die investering zichzelf inhaalt is te berekenen: zet je maakuren maal je uurtarief tegenover wat een afnemer opbrengt min de tijd die je per afnemer kwijt bent.
Kies er daarom één. In lesmateriaal, bijles of training staan de vier vormen naast elkaar, met wat ze vragen en opleveren.
Het urencriterium is een andere rekensom
Let op dat je twee tijdvragen niet door elkaar haalt. De ene is: hoeveel tijd heb ik. De andere is fiscaal: heb ik genoeg uren voor de ondernemersaftrek.
Voor dat laatste geldt het urencriterium van 1.225 uur per jaar en daarbovenop de eis dat je meer tijd aan je onderneming besteedt dan aan je andere werk. Met een lesbaan haal je dat tweede vrijwel nooit. Er is een uitzondering voor starters: was je in een van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer, dan hoef je alleen aan de 1.225 uur te voldoen. Maar ook dat is bijna vierentwintig uur per week, naast je baan.
De praktische conclusie voor de meeste docenten is dat die aftrekposten niet in beeld komen en dat je plan dus moet kloppen zonder. Wat er dan wel geldt, staat in bijverdienen naast loondienst. Wil je weten vanaf welk punt zo'n aanbod meer oplevert dan de uren die je erin steekt, dan is het kantelpunt waarop een aanbod je uren inhaalt elders uitgerekend.
Bescherm je lessen
Eén regel maakt het verschil tussen een plan dat je volhoudt en een plan dat je baan aantast: je eigen zaak krijgt nooit tijd die voor je lessen bedoeld is. Niet je voorbereiding, niet je nakijkwerk, niet de aandacht in de klas.
Dat is niet alleen netjes, het is ook eigenbelang. Het eerste wat een leidinggevende opmerkt als je iets ernaast doet, is of het aan je lessen te zien is. Zolang dat niet zo is, krijg je ruimte. Zodra dat wel zo is, krijg je een gesprek dat een andere kant op gaat en verlies je zowel je plan als de goodwill die je nodig hebt om het opnieuw te proberen. Hoe je dat gesprek juist goed voert, staat in afspraken maken met je school.
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch of fiscaal advies. Regels veranderen en veel hangt af van jouw cao, jouw arbeidsovereenkomst en het beleid van jouw bestuur. Kijk het na in je eigen papieren en leg belangrijke afspraken schriftelijk vast.
Waar je het zelf kunt nakijken
Nagekeken op 6 september 2026. Bedragen, regelingen en cao-artikelen veranderen, dus kijk de bron na voordat je erop rekent.
- Voorwaarden urencriterium, Belastingdienst. 1.225 uur per kalenderjaar, plus de eis dat je meer tijd aan je onderneming besteedt dan aan ander werk. Alle uren voor je onderneming tellen mee, dus ook administratie en offertes.
- Tekst cao primair onderwijs, PO-Raad. De jaartaak van 1659 uur bij een voltijdbetrekking staat in de begripsbepalingen van de cao po 2025-2027.
- CAO VO, VO-raad. In de cao vo 2025/2027 hoort bij een normbetrekking een algemene arbeidsduur van 1659 klokuren per jaar.
- De blokken, de marge van twintig procent en de schatting van een paar honderd uur per jaar zijn vuistregels van deze site. Er ligt geen meting onder.