Naar de inhoud
Docent & Ondernemer Onafhankelijke informatiesite

Wat je moet regelen als je naast het lesgeven iets van jezelf begint.

Start › Geld en belasting › Bijverdienen naast loondienst: wat de fiscus wil weten

Bijverdienen naast loondienst: wat de fiscus wil weten

Je bijverdienste valt in een van drie hoekjes: niets, resultaat uit overige werkzaamheden of winst uit onderneming. Dat onderscheid bepaalt je aangifte, je aftrekposten en je administratie.

Artikel Geld en belasting 4 minuten lezen 18 augustus 2026

Een schoenendoos met bonnetjes, een papieren kasboek en een rekenmachine op een eettafel
De schoenendoos werkt tot de eerste vraag welke hoek van je aangifte dit is: loon, resultaat of winst.

De eerste keer dat je geld krijgt voor iets dat je zelf hebt gemaakt, is het een leuk bedrag op je rekening. De tweede vraag komt in maart, als de aangifte openstaat en je niet weet in welk vakje het hoort.

Er zijn drie mogelijkheden en het verschil is groter dan het lijkt.

Hoekje één: geen bron van inkomen

Niet elke euro is belast. De Belastingdienst kijkt of er sprake is van een bron van inkomen. Dat is het geval als je deelneemt aan het economische verkeer, als je voordeel beoogt en als je dat voordeel redelijkerwijs mag verwachten. Blijven je activiteiten binnen de hobby- of familiesfeer, dan ben je geen ondernemer en hoef je het ook niet als inkomen op te geven.

Dat klinkt als een uitweg, maar dat is het meestal niet. Zodra je een website hebt, een prijs vraagt die in de markt gebruikelijk is en klanten bedient die je niet persoonlijk kent, zit je in het economische verkeer. Ga er niet vanzelf van uit dat je onder de streep blijft omdat het bedrag klein is.

Hoekje twee: resultaat uit overige werkzaamheden

Dit is waar de meeste docenten met een bijverdienste terechtkomen. Je bent geen ondernemer, maar je inkomsten zijn wel belast. In de aangifte inkomstenbelasting geef je ze op als inkomsten uit overig werk.

De winst bereken je op dezelfde manier als een ondernemer dat doet: je omzet min je zakelijke kosten. Wat je niet hebt, zijn de ondernemersregelingen. Geen zelfstandigenaftrek, geen startersaftrek, geen investeringsaftrek en geen mkb-winstvrijstelling. Wat je wel moet doen, is je omzet en je kosten bijhouden, want zonder administratie kun je die kosten niet aftrekken.

Het resultaat komt bij je loon uit dienstbetrekking en wordt daar bovenop belast. Reken er dus op dat je over die bijverdienste het tarief betaalt dat bij je totale inkomen hoort, niet het lage tarief van een startend zaakje.

Hoekje drie: winst uit onderneming

Ben je wel ondernemer voor de inkomstenbelasting, dan wordt het interessanter en ingewikkelder. Je krijgt toegang tot de mkb-winstvrijstelling, die in 2026 12,7 procent van de winst bedraagt nadat je die hebt verminderd met de ondernemersaftrek. En je kunt in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek, al is die de afgelopen jaren stevig afgebouwd: in 2026 is dat 1.200 euro. Ben je starter, dan komt daar de startersaftrek van 2.123 euro bovenop. Voor 2027 ligt de zelfstandigenaftrek al vast op 900 euro. De startersaftrek wil het kabinet in het Belastingplan 2027 verlagen naar 10 euro in 2027 en per 2028 afschaffen; dat voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer. Kijk de bedragen voor het lopende jaar na op belastingdienst.nl, want ze veranderen bijna elk jaar.

Voor die ondernemersaftrek geldt wel het urencriterium. Juist daar loopt het voor docenten spaak.

Het urencriterium is de horde

Het urencriterium kent twee voorwaarden. De eerste is dat je in het kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan je onderneming besteedt. Die uren hoeven niet allemaal declarabel te zijn: administratie, je website bouwen en offertes maken tellen mee.

De tweede voorwaarde is de lastige. Je moet meer tijd aan je onderneming besteden dan aan je andere werkzaamheden. Daar valt je baan onder. Met een lesbaan van enige omvang haal je dat niet.

Er is een uitzondering. Was je in een van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer, dan hoef je niet aan die tweede voorwaarde te voldoen, alleen aan de 1.225 uur. Dat is nog steeds bijna vierentwintig uur per week naast je baan. Dat is voor de meeste docenten niet realistisch. Zie de uren die je nog niet hebt voor hoe je dat eerlijk inschat.

Reken je plan dus door zonder ondernemersaftrek. Komt hij er later toch bij, dan is dat meevallen in plaats van tegenvallen.

Wat je hoe dan ook moet regelen

Los van in welk hoekje je valt, geldt dit.

  • Houd vanaf de eerste euro bij wat er binnenkomt en wat je uitgeeft. Een map met bonnetjes en een eenvoudig overzicht is genoeg om te beginnen.
  • Bewaar je administratie zeven jaar. Dat is de wettelijke bewaartermijn.
  • Zet geld apart. Over je bijverdienste is geen loonheffing ingehouden, dus de rekening komt in één keer. Een derde opzijzetten is een eigen vuistregel voor wie het niet precies wil uitrekenen, geen fiscale norm.
  • Kijk apart naar de btw. Dat staat helemaal los van de inkomstenbelasting en kan voor onderwijs verrassend gunstig uitpakken. Zie btw bij bijles en cursussen.
  • Meld het bij je werkgever. Fiscaal netjes zijn helpt je niet als je de melding hebt overgeslagen.

Twijfel je in welk hoekje je valt, lees dan wanneer ben je ondernemer en wanneer niet. Wordt het serieus, dan is een uur bij een boekhouder goedkoper dan een correctie achteraf.

Voor de zekerheid

Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch of fiscaal advies. Regels veranderen en veel hangt af van jouw cao, jouw arbeidsovereenkomst en het beleid van jouw bestuur. Kijk het na in je eigen papieren en leg belangrijke afspraken schriftelijk vast.

Waar je het zelf kunt nakijken

Nagekeken op 10 oktober 2026. Bedragen, regelingen en cao-artikelen veranderen, dus kijk de bron na voordat je erop rekent.