Naar de inhoud
Docent & Ondernemer Onafhankelijke informatiesite

Wat je moet regelen als je naast het lesgeven iets van jezelf begint.

Start › Van wie is je materiaal › Van wie is het lesmateriaal dat je maakt?

Van wie is het lesmateriaal dat je maakt?

Artikel 7 van de Auteurswet wijst je werkgever aan als maker van werk dat je in de uitoefening van je functie maakt. Wat dat betekent voor jouw lessenserie en waar de ruimte zit.

Artikel Van wie is je materiaal 4 minuten lezen 5 september 2026

Een dikke ringband met zelfgemaakte werkbladen, opengeslagen op een lessenaar in een leeg lokaal
De map met werkbladen van vijftien jaar. Wie daarvan de maker is, hangt af van de vraag of je ze in de uitoefening van je functie hebt gemaakt.

Je hebt drie jaar aan een lessenserie gesleuteld. Collega's van andere scholen vragen ernaar, iemand tipt een uitgever en je denkt voor het eerst: hier zou ik iets mee kunnen. En dan komt de vraag die de meeste docenten nooit hebben gesteld. Van wie is dat materiaal eigenlijk?

Het eerlijke antwoord is dat het waarschijnlijk niet automatisch van jou is.

Wat artikel 7 van de Auteurswet zegt

De wet is hier kort. Artikel 7 van de Auteurswet luidt: "Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd."

Ontleed die zin en er staat dit. Werk je in dienstverband en hoort het maken van dat soort werk bij je taak, dan geldt niet jij maar je werkgever als maker. Niet als eigenaar van een kopie, maar als maker. Alle auteursrechten liggen daarmee vanaf het eerste moment bij het schoolbestuur.

Voor lesmateriaal is dat ongemakkelijk dicht bij huis. Lessen voorbereiden hoort bij het werk van een docent. Een werkboek, een lessenserie, een toets, een reeks slides, een uitlegvideo: het is moeilijk vol te houden dat dit buiten je functie valt.

De belangrijkste woorden zijn "tenzij anders is overeengekomen"

Artikel 7 is regelend recht. Dat betekent dat je ervan mag afwijken, als je het samen afspreekt. Een schoolbestuur kan het auteursrecht bij jou laten, of aan je overdragen, of je een licentie geven om het buiten school te gebruiken.

Dat gebeurt ook gewoon. Besturen hebben er zelden belang bij om een docent tegen te houden die iets moois maakt, zolang de school er zelf mee kan blijven werken en het geen concurrentie oplevert. Maar het gebeurt alleen als je het vraagt. Het telt alleen als het op papier staat. Een schouderklopje in de docentenkamer is geen afspraak. In afspraken maken met je school over je materiaal staat hoe je zo'n gesprek voorbereidt en wat er in de mail moet komen.

Eigen tijd is geen toverwoord

De veelgehoorde regel "als ik het thuis maak, is het van mij" klopt niet. De wet kijkt niet naar de klok, maar naar de vraag of het maken van dat werk binnen de dienstbetrekking valt. Werk dat inhoudelijk vlak tegen je functie aan ligt, blijft dus discutabel, ook als je het op zondagochtend aan je eigen keukentafel hebt gemaakt.

Dat betekent niet dat eigen tijd niets uitmaakt. Het helpt. Het helpt nog meer als je ook je eigen apparatuur gebruikt, je eigen voorbeelden, je eigen onderwerp en een doelgroep die niets met je school te maken heeft. Maar het is een aanwijzing, geen garantie.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Dat is het punt waar het vaakst over wordt gestruikeld. Werk je aan je eigen product in je ingeroosterde uren, met de laptop en de licenties van school, dan maak je de zaak voor jezelf alleen maar lastiger.

Wat je cao er wél over zegt

Veel docenten denken dat het antwoord alleen in de wet staat. Dat klopt niet: de onderwijs-cao's hebben een eigen artikel over intellectueel eigendom. In de cao primair onderwijs 2025-2027 is dat artikel 11.4 en in de cao voortgezet onderwijs 2025/2027 artikel 18.6. Beide zeggen ongeveer hetzelfde: als en voor zover je functie mede omvat dat je in opdracht van je werkgever bepaalde werken vervaardigt, berust het auteursrecht daarvan bij de werkgever, tenzij anders wordt overeengekomen.

Let op die vier woorden "in opdracht van de werkgever". Dat is een smallere formulering dan artikel 7 van de Auteurswet, dat alleen kijkt of het maken van zulk werk onderdeel is van je taak. Het melden van nevenwerkzaamheden staat weer in een ander artikel, zie nevenwerkzaamheden melden. Nummeringen schuiven per cao-versie, dus zoek in de pdf op het woord zelf en kijk in de versie die op jouw contract van toepassing is.

In het hoger onderwijs ligt dat anders. Hogescholen en universiteiten hebben vaak een eigen regeling over intellectueel eigendom, waarin staat wat de instelling claimt en wat medewerkers zelf houden. Die regeling staat op het intranet of ligt bij de dienst juridische zaken. Vraag ernaar voordat je iets bouwt.

Loopt het per bestuur uiteen (en dat doet het), dan is er dus geen algemeen antwoord op de vraag van wie jouw materiaal is. Er is alleen een antwoord voor jouw situatie. Dat vind je in je eigen arbeidsovereenkomst, in jouw cao en in het beleid van jouw bestuur.

Wat je nu kunt doen

  1. Pak je arbeidsovereenkomst erbij en zoek op de woorden intellectueel eigendom en auteursrecht.
  2. Zoek in de pdf van je cao op nevenwerkzaamheden. Kijk of er iets over materiaal in staat.
  3. Vraag bij P&O of je bestuur of er beleid is over lesmateriaal dat medewerkers maken.
  4. Splits je werk. Wat je voor de klas maakt is voor school. Wat je verkoopt, bouw je apart op, met eigen voorbeelden en eigen bronnen.
  5. Leg vast wat je afspreekt, ook als het gesprek gezellig verloopt.

Wil je weten welke punten er in jouw geval spelen, vul dan het werkblad in. Dat geeft je een lijst die je kunt meenemen naar het gesprek.

Voor de zekerheid

Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch of fiscaal advies. Regels veranderen en veel hangt af van jouw cao, jouw arbeidsovereenkomst en het beleid van jouw bestuur. Kijk het na in je eigen papieren en leg belangrijke afspraken schriftelijk vast.

Waar je het zelf kunt nakijken

Nagekeken op 6 september 2026. Bedragen, regelingen en cao-artikelen veranderen, dus kijk de bron na voordat je erop rekent.

  • Auteurswet, artikel 7. Werk dat in dienstverband en in de uitoefening van de functie wordt gemaakt: de werkgever geldt als maker, tenzij tussen partijen anders is overeengekomen.
  • Tekst cao primair onderwijs, PO-Raad. In de cao po 2025-2027 regelt artikel 11.4 het intellectueel eigendom: het auteursrecht berust bij de werkgever als en voor zover de functie mede omvat dat je in opdracht van de werkgever bepaalde werken vervaardigt.
  • CAO VO, VO-raad. In de cao vo 2025/2027 staat dezelfde bepaling in artikel 18.6.
  • In het hoger onderwijs geldt daarnaast de eigen regeling intellectueel eigendom van je instelling. Die staat op het intranet of ligt bij juridische zaken.