Naar de inhoud
Docent & Ondernemer Onafhankelijke informatiesite

Wat je moet regelen als je naast het lesgeven iets van jezelf begint.

Start › Werk van anderen › Materiaal van anderen in je lessen

Materiaal van anderen in je lessen

De onderwijsexceptie van artikel 16 Auteurswet geeft ruimte om delen van andermans werk te gebruiken bij je onderwijs. Wat die ruimte precies is en waar de regeling van je instelling begint.

Artikel Werk van anderen 4 minuten lezen 4 augustus 2026

Een kopieerapparaat in een schoolwerkkamer met een lesboek omgekeerd op de glasplaat
Dezelfde kopie valt onder een andere regel zodra hij niet in je eigen les blijft maar in iets komt dat je verkoopt.

Bijna elke docent gebruikt werk van anderen. Een grafiek uit een methode, een foto bij een opdracht, een fragment uit een roman, een tabel uit een rapport. Dat mag ook, binnen grenzen. Alleen weten de meeste docenten niet waar die grenzen liggen en waar ze vandaan komen.

De onderwijsexceptie in het kort

Artikel 16 van de Auteurswet bepaalt dat het overnemen van gedeelten van werk geen inbreuk op het auteursrecht is, als dat gebeurt ter toelichting bij het onderwijs. Dat is de onderwijsexceptie. Er zitten voorwaarden aan. Die zijn stuk voor stuk belangrijk.

  • Het gaat om gedeelten van een werk, niet om een volledig boek of een complete methode.
  • Het werk waaruit je overneemt moet rechtmatig openbaar gemaakt zijn.
  • Het doel moet niet commercieel zijn. Dit is de voorwaarde die er later nog toe doet.
  • Je vermeldt de bron, waaronder de naam van de maker, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is.
  • Er wordt een billijke vergoeding betaald aan de rechthebbende.

Dat laatste punt verbaast veel docenten. De onderwijsexceptie is geen gratis pas, het is een wettelijke licentie waar een vergoeding tegenover staat. Die vergoeding betaalt de onderwijsinstelling, niet jij.

Waarom je die vergoeding nooit ziet

Instellingen hebben dat collectief geregeld. In het hoger onderwijs en het mbo loopt dat via Stichting UvO, die vergoedingen regelt voor overnames uit uitgaven van uitgevers. Die stichting vertegenwoordigt naar eigen zeggen ruim zevenhonderd Nederlandse uitgevers en via IPRO de grootste buitenlandse uitgevers. Werk je in het basis- of voortgezet onderwijs, dan heeft je bestuur dit ergens anders belegd. Vraag na hoe het bij jouw instelling geregeld is.

In de praktijk hanteren instellingen daarbij een onderscheid tussen korte en langere overnames. Voor korte overnames is geen aparte toestemming nodig, voor langere wel. Daar zijn afspraken en tarieven voor. Waar die grens precies ligt en welke afspraken jouw school of hogeschool heeft gemaakt, kun je navragen bij je mediatheek, je informatiepunt auteursrecht of je bestuursbureau. Dat is per instelling geregeld, dus er is geen algemeen antwoord dat jou verder helpt.

Het digitale deel

Artikel 16 geldt ook voor digitaal gebruik dat plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de instelling, via een beveiligde elektronische omgeving die alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het personeel.

Dat is een preciezere eis dan hij lijkt. Je digitale leeromgeving valt eronder. Een openbare website, een openbaar Padlet, een YouTube-video die iedereen kan bekijken of een map in een cloudopslag met een deelbare link vallen er niet onder. Verhuist je materiaal van de leeromgeving naar het open internet, dan verhuist het uit de exceptie.

Citeren is iets anders

Naast de onderwijsexceptie is er het citaatrecht van artikel 15a. Citeren mag in een aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling, of voor een uiting met een vergelijkbaar doel. Voorwaarden: het werk is rechtmatig openbaar gemaakt, aantal en omvang van het citaat zijn gerechtvaardigd door het doel en je vermeldt de bron met de naam van de maker.

Belangrijk verschil: een citaat moet functioneel zijn. Je bespreekt of analyseert iets. Een foto als versiering boven een opdracht is geen citaat, hoe netjes je de bron er ook bij zet.

Beeld is het grootste risico

Teksten haalt niemand door een controle, foto's wel. Er zijn partijen die stelselmatig het web afzoeken naar hun beeldmateriaal en achteraf een factuur sturen. Een foto uit een zoekmachine plakken is dus het gemakkelijkste en het duurste dat je kunt doen.

Werk daarom met bronnen waarvan de licentie vaststaat: beeldbanken met een duidelijke gebruiksvoorwaarde, materiaal onder een Creative Commons-licentie waarvan je de voorwaarden leest, publiek domein, of foto's die je zelf maakt. Noteer bij elk bestand waar het vandaan komt en onder welke licentie. Dat kost tien seconden per afbeelding en het scheelt je later een middag zoeken.

En als je het gaat verkopen

Dan verandert alles, want dan vervalt de voorwaarde dat het doel niet commercieel is. Wat binnen je lessen mag, mag daarbuiten meestal niet. Dat is een van de meest onderschatte valkuilen voor docenten die iets van zichzelf beginnen. Het staat uitgewerkt in de onderwijsexceptie stopt bij je eigen aanbod.

Drie gewoontes die je een hoop besparen

Noteer de bron meteen. Op het moment dat je een afbeelding of een fragment binnenhaalt, zet je erbij waar het vandaan komt en onder welke voorwaarden je het gebruikt. Achteraf terugzoeken kost tien keer zoveel tijd. Meestal lukt het niet meer.

Houd je eigen werk apart van geleend werk. Twee mappen, of desnoods twee kleuren in je bestandsnamen. Wil je later iets buiten je lessen gebruiken, dan zie je in één oogopslag wat er eerst uit moet.

Vraag het na bij je eigen instelling. Bijna elke school, hogeschool en universiteit heeft iemand die dit voor zijn rekening neemt, vaak bij de mediatheek of het informatiepunt auteursrecht. Die persoon weet welke afspraken jouw instelling heeft. Dat is de enige plek waar dat antwoord te vinden is. Vijf minuten bellen scheelt je een avond zoeken en een verkeerde aanname.

Voor de zekerheid

Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch of fiscaal advies. Regels veranderen en veel hangt af van jouw cao, jouw arbeidsovereenkomst en het beleid van jouw bestuur. Kijk het na in je eigen papieren en leg belangrijke afspraken schriftelijk vast.

Waar je het zelf kunt nakijken

Nagekeken op 6 september 2026. Bedragen, regelingen en cao-artikelen veranderen, dus kijk de bron na voordat je erop rekent.

  • Auteurswet, artikel 15a en artikel 16. Het citaatrecht en de onderwijsexceptie, met de voorwaarden over gedeelten, rechtmatige openbaarmaking, het niet-commerciële doel, bronvermelding en een billijke vergoeding.
  • Over Stichting UvO. De stichting vertegenwoordigt naar eigen zeggen ruim zevenhonderd Nederlandse uitgevers en via IPRO de grootste buitenlandse uitgevers, voor hergebruik in het onderwijs.
  • Welke afspraken jouw instelling heeft gemaakt en waar de grens tussen korte en langere overnames ligt, weet je mediatheek, je informatiepunt auteursrecht of je bestuursbureau. Dat is per instelling geregeld.